Met op de achtergrond het echoënde geroezemoes in het kille stadskantoor krijgt de veertienjarig jongen zijn wettelijke bestaan overhandigd. Zíjn identiteitsbewijs. Op het eerst gezicht lijkt het iets onbelangrijks, een pasje met een foto. Voor hem is het meer. Hij bestaat. Hij kan met trots tonen wie hij is, zonder dat dit nog in twijfel kan worden getrokken door wie dan ook.
De jongen loopt met een brede glimlach voor mij langs. Hij kijkt me even aan en lijkt iets te zeggen met zijn fonkelende ogen. Ik moet even lachen en staar weer naar het digitale bord. Nog zeker tien mensen zijn voor mij aan de beurt. Balen.
In mijn ooghoek zie ik de jongen aflopen op zijn moeder die even trots lijkt te zijn. Ze lijkt aangedaan door de hele gebeurtenis, maar straalt ook een soort van onmacht uit. De jongen begint trots tegen zijn moeder te vertellen over de wereldreizen die hij gaat maken. De zeeën die hij gaat bevaren en de landen die hij wil doorkruisen. En dat alles met zijn eigen identiteitsbewijs.
Zijn moeder lacht. Langzaam wordt haar kleine jongen groot en niets in de wereld kan dat stoppen. Onmacht.
"Nummer 13?" Klinkt er ineens door de hal. Shit, ik ben aan de beurt. Met het schaamrood op mijn kaken vertel ik de vrouw achter de balie dat mijn identiteitsbewijs gestolen is. Zelf weet ik wel beter. Vorige week was ik nog zo dronken dat ik mijn portemonnee ben kwijtgeraakt. Waar dus álles in zat, ook mijn identiteitsbewijs. Balen. Dat wordt dus een valse aangifte doen...
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten